Wat zijn aandelen?

Je bent misschien eigenaar van een smartphone of van een wagen. Wanneer je aandelen hebt, ben je ook eigenaar van (een deeltje van) een vennootschap. De eigendom van een vennootschap wordt immers vertegenwoordigd door aandelen. Wie dus één of meerdere aandelen van een vennootschap bezit, is voor een stukje eigenaar.

Een aandeel is een effect dat een deel in het kapitaal of het vermogen van een onderneming vertegenwoordigt waardoor de eigenaar een aantal rechten in het bestuur van dat bedrijf heeft. Waarom staat hier kapitaal en vermogen? Omdat hoewel een besloten vennootschap (BV) als een naamloze vennootschap (NV) aandelen kan uitgeven, de nieuwe Vennootschapswet sinds 1 januari 2020 daar wat anders naar kijkt. Voor de NV geldt bij de oprichting een minimale geldelijke inbreng door de aandeelhoudende oprichters: het kapitaal. Dat minimum is voor de BV afgeschaft. Kan men dan een BV met amper 1 euro starten? Niet echt, want de wet verplicht oprichters om ervoor te zorgen dat het beginbedrag voldoet om (minimaal) de eerste jaren te kunnen functioneren.

Zodra je één of meerdere aandelen van een bedrijf bezit, ben je aandeelhouder en dus mede-eigenaar van dat bedrijf. Voor welk deel je eigenaar bent, hangt af van jouw aantal aandelen in het totale aantal dat het volledige vermogen vertegenwoordigt. Als je bijvoorbeeld samen met je broer een bedrijf hebt opgericht en jullie daarbij elk 50% van de aandelen hebben, dan bezitten jullie elk een helft van de onderneming.

Hoe werken aandelen?

Bij de oprichting van de vennootschap bepaalt de oprichter (of oprichters) hoeveel aandelen het vermogen zullen vertegenwoordigen en eventueel welke waarde de aandelen in de vennootschap hebben. Eventueel omdat een waardebepaling niet nodig is, het volstaat om te zeggen hoeveel aandelen elke aandeelhouder in het beginvermogen heeft. Dit wordt vastgelegd in de oprichtingsakte. Aandelen met een vastgelegde waarde hebben een zogenaamde nominale waarde. Bij heel wat bedrijven dragen de aandelen geen nominale waarde, maar zijn ze gewoon het zoveelste-procent van het vermogen. Voor bedrijven met een nominaal kapitaal – nominaal betekent bepaald of benoemd – bedraagt het totaalkapitaal de waarde van elk aandeel maal het aantal aandelen. Noch naar aantal aandelen, noch naar waarde per nominaal aandeel geldt een minimum.

Je kan 10 aandelen uitgeven, 100, 480, … de hoeveelheid kies je zelf. Denk hierbij aan de toekomst en kies een cijfer dat makkelijk deelbaar is. Zo ben je flexibel mocht er een nieuwe aandeelhouder bijkomen of weggaan en kan je gemakkelijk in procenten verdelen.

Al deze aandelen zijn dus in het bezit van de aandeelhouders. Hierdoor hebben zij het recht om beslissingen te nemen over het bedrijf, concreet is dat stemrecht op de Algemene Vergadering (AV), NIET in het dagdagelijks bestuur. Heb je 50 aandelen van de 100, dan is jouw stem goed voor de helft van de 100 stemmen op de AV. Denk dus bij ‘aandeelhouders’ niet meteen over heel grote ondernemingen: je kan perfect slechts 2 aandeelhouders hebben in je vennootschap.

Waarom kan je vennootschap aandelen uitgeven?

Nieuwe aandelen uitgeven betekent nieuw geld van investeerders voor het eigen vermogen aantrekken. Bij privébedrijven die niet op de beurs noteren, gebeurt dat in beperkte kring. Grotere bedrijven die wel op de beurs doen dat met een (verplicht) publieke uitgifte waaraan heel wat formaliteiten verbonden zijn, onder andere met het publiceren van een verplichte informatiebrochure, het zogenaamde prospectus. Dat gebeurt onder andere om een te laag gezakt eigen vermogen aan te vullen of omdat de activiteiten fel groeien wat extra financiering vereist. Die middelen worden dan onder de vorm van extra aandelen een deel van het eigen vermogen.

Alle aandelen, ook de jouwe, geven recht op een deel van het resultaat, dat is een deel van de winst als die wordt uitgekeerd of een deel in het verlies, wat de waarde van elk aandeel doet dalen. Het belangrijkste kenmerk van een aandeel is het feit dat een bedrijf het ingebrachte geld niet moet teruggeven, het is zogenaamd risicokapitaal. Pas als er winst wordt gemaakt kunnen aandeelhouders een deel daarvan als uitkering vragen, het zogenoemde dividend.

Aandelen in zogenaamde kapitaalbedrijven – dat is typisch een NV – kunnen van eigenaar veranderen door verkoop of ook door schenking en anderszins (erfenis). Bij persoonsvennootschappen zijn aandelen meestal niet vrij overdraagbaar, onder andere omdat de statuten het doorgeven aan voorwaarden onderwerpt. Overdracht gebeurt via het aandelenregister waarin alle eigenaars en hun aantal aandelen vermeld staan. Voor publiek genoteerde bedrijven dienen de elektronische rekeningen bij erkende instellingen (zie hierna).

Soorten aandelen

Er zijn heel wat verschillen in aandelen. Zo kunnen oprichters van bij het begin een verschil maken in bijvoorbeeld A en B aandelen, waarbij een van beiden andere rechten heeft dan de andere. Een voorbeeld is dat een van beiden een voorkeuraandeel is dat recht geeft op een groter deel van de winst. Er zijn winstaandelen die alleen recht geven op een deel van de winst (en niks van doen hebben met verlies) maar geen stemrecht op de AV geven. Vroeger bestond het onderscheid tussen aandelen op naam en aandelen aan toonder. Bij die laatsten was het bezit van het aandeel – doorgaans gedrukt document – het bewijs van eigenaarschap. In België zijn alle aandelen gedemateriliseerd, wat betekent dat zij verplicht op een elektronische rekening bij een erkende (doorgaans financiële) instelling staan. Daardoor zijn ze uiteraard nominaal, want de eigenaar is bekend in de rekeningen.